
Een bouwveiligheidszone houdt publiek op veilige afstand van bouw- en sloopwerkzaamheden. De breedte van de zone hangt in eerste instantie af van de hoogte van het bouwwerk of de hijshoogte. Ook de werkzaamheden, terreinindeling en aanwezige objecten kunnen invloed hebben op de benodigde afstand.
Naast een fysieke afscheiding kan mobiele camerabewaking worden ingezet om hekken, toegangen en andere kwetsbare punten rond de bouwplaats te bewaken. Cameratoezicht vervangt de voorgeschreven veiligheidsafstand niet, maar helpt wel om onbevoegde betreding sneller te signaleren.
De bouwveiligheidszone is het gebied rond een bouw- of sloopwerk waar geen publiek aanwezig mag zijn. De zone volgt de contouren van het bouwwerk en beschermt de directe omgeving tegen kleine vallende voorwerpen, zoals gereedschap, bouwmateriaal en onderdelen van machines. Volgens de actuele Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid gaat het om voorwerpen tot 5 kilogram.
De bouwveiligheidszone valt binnen de fysieke afscheiding van het bouwterrein. De grens van het terrein moet dus ver genoeg van het bouwwerk liggen om de benodigde zone volledig op te nemen. Tijdens de werkzaamheden moet deze afstand steeds aanwezig zijn en mag het gebied niet toegankelijk zijn voor publiek.
De directe omgeving kan breder zijn dan alleen de berekende veiligheidsafstand. Een school, winkel, woning of verkeersroute kan bijvoorbeeld buiten de bouwveiligheidszone liggen, maar toch gevolgen ondervinden van bouwverkeer of werkzaamheden. Ook die risico’s moeten worden beoordeeld.
Je berekent de standaardbreedte van een bouwveiligheidszone niet met één vaste formule. De Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid koppelt de hoogte van het bouwwerk of de hijshoogte aan een minimale afstand.
De werkwijze bestaat uit drie stappen:
Ligt de hoogte tussen twee waarden in de tabel, dan moet de afstand uit de eerstvolgende hogere rij worden gebruikt. Bij een bouwwerk van 18 meter geldt dus niet 3,5 meter, maar de bouwveiligheidszone van 4 meter die bij 20 meter hoort.
| Bouwwerk- of hijshoogte | Bouwveiligheidszone | Bouwwerk- of hijshoogte | Bouwveiligheidszone |
| 3 m | 1,5 m | 140 m | 16 m |
| 6 m | 2 m | 150 m | 17 m |
| 9 m | 2,5 m | 160 m | 19 m |
| 12 m | 3 m | 170 m | 20 m |
| 15 m | 3,5 m | 180 m | 21 m |
| 20 m | 4 m | 190 m | 22 m |
| 30 m | 5 m | 200 m | 23 m |
| 40 m | 6 m | 210 m | 24 m |
| 50 m | 7 m | 220 m | 25 m |
| 60 m | 8 m | 230 m | 26 m |
| 70 m | 9 m | 240 m | 27 m |
| 80 m | 10 m | 250 m | 28 m |
| 90 m | 11 m | 260 m | 30 m |
| 100 m | 12 m | 270 m | 31 m |
| 110 m | 13 m | 280 m | 32 m |
| 120 m | 14 m | 290 m | 33 m |
| 130 m | 15 m | 300 m | 34 m |
De tabel vormt het uitgangspunt. De daadwerkelijke bouwveiligheidszone kan groter worden door de gekozen bouwmethode, hijswerk, aanwezige obstakels of andere projectspecifieke omstandigheden. De richtlijn vermeldt bovendien dat de afstanden in Nederland tot een hoogte van 150 meter zijn beproefd en dat boven die hoogte nog ervaring moet worden opgedaan.
De bouwveiligheidszone is niet hetzelfde als een hijszone. De drie begrippen hebben ieder een eigen functie.
Bij het bepalen van de hijszone moet rekening worden gehouden met het draaien van de last, bijvoorbeeld door wind. De grootste afmeting van het te hijsen object is dan bepalend. Binnen het hijsgebied mag geen publiek aanwezig zijn.
Het hijsgebied moet volledig binnen de fysieke afscheiding van de bouwplaats vallen. Het hijsen van lasten over een openbare straat of een in gebruik zijnd naastgelegen gebouw is volgens de richtlijn niet toegestaan. Wanneer daarvoor onvoldoende ruimte is, moet de bouwmethode worden aangepast of een gelijkwaardige oplossing aan het bevoegd gezag worden voorgelegd.
Wie zoekt naar de bouwveiligheidszone in het Bouwbesluit, komt tegenwoordig uit bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, meestal afgekort tot Bbl. Het Bbl bevat sinds de invoering van de Omgevingswet de landelijke regels voor de veiligheid tijdens bouw- en sloopwerkzaamheden.
Artikel 7.15 van het Bbl verplicht degene die bouwt of laat bouwen om maatregelen te nemen tegen:
Voor het bepalen van die veiligheidsafstand verwijst het Bbl naar paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid. De bouwveiligheidszone, hijszone en het hijsgebied vormen samen de benodigde veiligheidsafstand.
Bij bouw- en sloopwerkzaamheden moet ook een risicomatrix worden ingevuld. Leidt deze matrix tot een score van 12 punten of meer, dan zijn een bouwveiligheidsplan en een veiligheidscoördinator directe omgeving verplicht.
De bouwveiligheidszone moet vóór de uitvoeringsfase nauwkeurig op een situatietekening staan. Geef daarop per bouwdeel de hoogte en de bijbehorende afstand aan. Zo wordt zichtbaar of de zone over een trottoir, fietspad, weg, naastgelegen terrein of gebouw valt.
Een bouwveiligheidsplan kan daarnaast tekeningen bevatten van:
Wanneer de veiligheidsafstand door openbare ruimte loopt, kunnen aanvullende afspraken met de gemeente, wegbeheerder of vervoerder nodig zijn. Denk aan het tijdelijk afsluiten of verleggen van een trottoir, fietspad, weg of openbaarvervoerslijn.
De bouwveiligheidszone blijft niet automatisch gedurende het hele project hetzelfde. Wordt het bouwwerk gefaseerd hoger, dan moet de afstand voor iedere bouwfase opnieuw worden bepaald.
Een nieuwe beoordeling is onder meer nodig wanneer:
Objecten zoals een bouwlift, hefsteiger, container of materiaalopslag kunnen de valrichting van een voorwerp veranderen. Een vallend object kan daarop afketsen en buiten de standaardzone terechtkomen. In dat geval moet de bouwveiligheidszone mogelijk worden vergroot of moet het betreffende object tijdelijk worden verwijderd.
Ook bij het opbouwen van een steiger kan tijdelijk een grotere zone nodig zijn. Zodra de steiger staat, wordt de normale bouwveiligheidszone vanaf de buitenzijde van de steiger bepaald.
De bouwveiligheidszone moet daadwerkelijk van de openbare omgeving worden afgescheiden. Alleen een lijn op de situatietekening is niet voldoende.
Belangrijke maatregelen zijn:
Kan de voorgeschreven afstand niet worden aangehouden, dan zijn gelijkwaardige maatregelen mogelijk. Voorbeelden zijn een tijdelijke overkapping of het afsluiten van een weg tijdens specifieke werkzaamheden. Het bevoegd gezag beoordeelt of zo’n maatwerkoplossing hetzelfde veiligheidsniveau biedt.
Bouwhekken en afsluitingen voorkomen niet automatisch dat onbevoegden het terrein betreden. Vooral poorten, tijdelijke doorgangen, donkere hoeken en routes langs het hek zijn buiten werktijd kwetsbaar.
Mobiele camerabewaking kan worden ingezet voor toezicht op:
Camerabewaking vervangt de bouwveiligheidszone, bouwhekken of andere fysieke maatregelen niet. Het voegt detectie en opvolging toe wanneer iemand de afzetting nadert of onbevoegd het terrein betreedt.
HÉ-jij brengt toegangen, opslagplaatsen en andere risicopunten rond de bouwplaats in kaart. Op basis daarvan wordt een dekkingsplan gemaakt voor de posities en instellingen van de cameramasten.
De mobiele systemen kunnen worden uitgerust met AI-filtering, objectdetectie, thermische camera’s, PTZ-camera’s en nachtzicht. Relevante meldingen worden beoordeeld en opgevolgd volgens het afgesproken protocol. Afhankelijk van de locatie kunnen de masten autonoom werken met een accu of noodstroom.
Benieuwd naar de mogelijkheden? Neem dan contact met ons op!
